Met dit keuzedeel ontwikkelt de beginnend beroepsbeoefenaar basale kennis en vaardigheden voor het (ver)maken van textielproducten. Daarbij leert die kenmerken van (textiele) materialen herkennen, zoals van stoffen en garens. Voorbeelden van toe te passen werkzaamheden zijn knippen, stikken, bevestigen en lostornen van materialen en fournituren. De beginnend beroepsbeoefenaar oefent ook met opmaakwerkzaamheden, zoals strijken en stomen.